nieuwsberichten

Uitvoeringskosten pensioenen: 3 uitdagingen waar ondernemers rekening mee kunnen houden

Uitvoeringskosten pensioenen: 3 uitdagingen waar ondernemers rekening mee kunnen houden

30 oktober 2012 door Nicolette Opdam, Partner


De afgelopen maand zijn de uitvoeringskosten van pensioenfondsen flink in het nieuws geweest. Volgens onderzoek van actuarieel adviesbureau Lane, Clark & Peacock (LCP) bedragen deze 17% van de pensioenpremie, wat hoger is dan nodig zou zijn. Wat moet je als werkgever en ondernemer met deze discussie? Rianne Vedder, partner bij Ernst & Young, schetst drie uitdagingen.

LCP deed het onderzoek aan de hand van de jaarverslagen van 219 pensioenfondsen. In Het Financieele Dagblad van 2 oktober zegt LCP ‘dat pensioenfondsen mogelijkheden laten liggen om de kosten te drukken.’ De onderzochte fondsen beheren samen 99% van het Nederlandse pensioenvermogen. De totale kosten bedragen zo’n 5 miljard euro per jaar, terwijl Nederlanders 30 miljard euro aan pensioenpremie betalen. Het gaat om kosten voor uitvoering, administratie, vermogensbeheer en beleggingstransacties.

Rendement rechtvaardigt

Snel na het FD-artikel volgde de Pensioenfederatie met een officiële reactie. Volgens de belangenbehartiger legt het onderzoek onterecht de link met de premie, omdat de kosten juist betrekking hebben op het belegd vermogen. ‘Het rendement van de Nederlandse pensioenfondsen bedroeg in 2011 circa 8,2%. Dit is een rendement van meer dan 60 miljard euro. De vermogensbeheerkosten zijn hieraan gerelateerd, omdat een deel hiervan bestaat uit prestatieafhankelijke vergoedingen.’ Met andere woorden: een hoger rendement kan de hogere kosten ook rechtvaardigen, vindt de Pensioenfederatie.

Wat te verwachten?

‘De Pensioenfederatie heeft aanbevelingen1 gedaan over de uitvoeringskosten,’ reageert Rianne Vedder. ‘Denk aan meer transparantie en rapportage van kosten. Zoals kosten voor pensioenbeheer per deelnemer, voor vermogensbeheer als percentage van het gemiddeld belegd vermogen en transactiekosten als percentage van het gemiddeld belegd vermogen. Wij verwachten dat werkgevers én werknemers zich kritischer zullen opstellen. Simpelweg omdat de uitvoeringskosten inzichtelijker worden.’

Volgens Vedder kunnen werkgevers en ondernemers met drie uitdagingen rekening houden. Hierbij maakt ze onderscheid tussen bedrijfstakpensioenfondsen (BPF’en) en ondernemingspensioenfondsen (OPF’en). Een BPF is een (verplicht) pensioenfonds voor een sector, zoals de bouw, metaal of het onderwijs. In sectoren zonder bedrijfstakpensioenfonds kiezen organisaties hun eigen pensioenuitvoerder, zoals een OPF dus.

Uitdaging 1. Meer communicatie van werkgevers over o.a. pensioenkosten en rendement

‘Pensioenfondsen zijn wettelijk verplicht hun kosten in het jaarverslag inzichtelijk te maken. Over het boekjaar 2012 moeten ze ook aangepaste verslagstaten over de uitvoeringskosten aan De Nederlandsche Bank rapporteren. Of je nu bij een BPF of OPF bent aangesloten: wees voorbereid op kritische vragen van werknemers. Hoe zit het met onze kosten? Staan die in verhouding tot het rendement? Waarom zijn onze pensioenkosten hoger dan die van één van onze concurrenten? Om deze vragen goed te kunnen beantwoorden, is het belangrijk om inzicht in de kosten en het rendement te geven. Maar óók om uitleg te geven over schaalgrootte, en beleidskeuzes die van invloed zijn op de kosten en het rendement. Denk aan serviceniveau, complexiteit van de regeling, het risicoprofiel en de wijze van beleggen; intern of extern, direct of indirect. Het is dus verstandig om frequenter en opener te communiceren. Vermeld cijfers met een duidelijke uitleg in een nieuwsbrief, op intranet en/of in een jaarbericht. Dit raadt de Pensioenfederatie pensioenfondsen ook aan. Onder druk van de publieke opinie zullen steeds meer pensioenfondsen hieraan gehoor geven, denken wij.’

Uitdaging 2. Kritische vragen naar vakbonden en discussie op breder niveau

‘Heeft jouw sector een BPF, dan ben je als werkgever soms verplicht je hierbij aan te sluiten. De afspraken met zo’n BPF zijn ook samen met werkgevers en sociale partners gemaakt. Dit is vaak een lang traject. Toch verwachten wij dat ook werkgevers met een BPF kritischer worden. Ook naar de vakbonden toe. Denk aan vragen als: hoe hoog zijn de kosten bij andere bedrijfstakpensioenfondsen? En hoe zit het daar met de verhouding tussen rendement en kosten? Het kan zijn dat de discussie zo op breder niveau wordt voortgezet. Maar over de gevolgen op lange termijn is lastig iets te zeggen.’

Uitdaging 3. Meer marktonderzoek naar pensioenproducten, en eventueel verandering van regeling en/of pensioenuitvoerder

‘Organisaties met een OPF zijn, in principe, vrij in de keuze van hun pensioenregeling. Wij verwachten dat meer bedrijven een “vergelijkend warenonderzoek” gaan doen. Hoe hoog zijn de kosten bij andere pensioenfondsen? Welke pensioenproducten zijn interessant voor onze werknemers? En is bijvoorbeeld een verzekeraar of Premie Pensioen Instelling een alternatief voor de uitvoering van de pensioenregeling door het OPF? Switchen gaat natuurlijk niet zomaar en is een lang traject. Maar zo’n vergelijkend onderzoek kan een gevolg zijn van deze discussie.’

 Vragen? Neem contact op met Rianne Vedder: rianne.vedder@nl.ey.com

1:Publicaties Pensioenfederatie: ‘Aanbevelingen uitvoeringskosten 2011’ en ‘Aanbevelingen Uitvoeringskosten, Nadere uitwerking kosten vermogensbeheer 2012’


tags: pensioen (4)






Reageer




Optioneel *